De snelle groei van kunstmatige intelligentie (AI) heeft geleid tot discussie over de vraag of de huidige waarderingen gerechtvaardigd zijn of een onhoudbare zeepbel vertegenwoordigen. Het kernargument tegen een zeepbel berust op de mogelijkheid dat AI-doorbraken de beloofde revolutionaire impact zullen hebben: als AI-systemen werkelijk grote zakelijke en persoonlijke problemen op grote schaal oplossen, kunnen hoge waarderingen duurzaam zijn. Het risico is echter dat dit niet gebeurt, wat mogelijk kan leiden tot economische gevolgen die vergelijkbaar zijn met die van de financiële crisis van 2008.
De parallel met de huizencrisis
De zorg is niet alleen dat AI misschien niet aan de verwachtingen zal voldoen. In plaats daarvan is het probleem dat AI een dominante economische kracht aan het worden is, net zoals de woningbouw dat vóór 2008 deed. Naarmate de investeringen in AI toenemen, groeit de potentiële impact ervan. Als de beloofde inkomsten en besparingen niet werkelijkheid worden, kan de daaruit voortvloeiende economische schok zichzelf versterken.
Historisch gezien heeft de Amerikaanse economie schokken op de huizenmarkt opgevangen. Maar toen huisvesting een te groot onderdeel van de economie werd, werd het de bron van bredere problemen. AI zou hetzelfde pad kunnen volgen als het te snel groeit zonder proportionele rendementen op te leveren.
Ondoorzichtigheid in AI-financiering
Een belangrijke complicerende factor is het gebrek aan transparantie over de manier waarop AI wordt gefinancierd. Een groot deel van de financiering komt via particuliere kredietmarkten: op maat gemaakte, niet-openbare leningen tussen bedrijven en investeerders. In tegenstelling tot staatsobligaties ontbeert particulier krediet de openbaarmakingsvereisten en handelstransparantie van traditionele markten.
Deze ondoorzichtigheid maakt het moeilijk om de werkelijke omvang van de investeringen te beoordelen. Hoewel bedrijven als Apollo publiekelijk hun interesse in sectoren als datacenters kenbaar kunnen maken, is het moeilijk om de omvang van hun blootstelling te bepalen. Het gebrek aan inzicht in deze particuliere transacties roept zorgen op over systeemrisico’s.
Het web van onderling verbonden interesses
De relaties tussen AI-bedrijven, investeerders en ondersteunende industrieën zijn complex en vaak onduidelijk. Dit verwarde web van afhankelijkheden lijkt op de onderlinge verbondenheid die voorafging aan de crisis van 2008, toen financiële instellingen diep verweven waren met risicovolle activa. Als één onderdeel van het AI-ecosysteem hapert, kan de impact door de hele sector heen trekken.
Het potentieel voor een AI-zeepbel gaat niet alleen over waarderingen; het gaat over het systeemrisico dat een sector te snel groeit, ondoorzichtig wordt gefinancierd en te centraal wordt in de bredere economie.
De huidige situatie vraagt om zorgvuldig toezicht. Als AI zijn beloften niet waarmaakt, kan de daaruit voortvloeiende economische ontwrichting aanzienlijk zijn. De belangrijkste conclusie is dat de omvang van de potentiële impact van AI, in combinatie met de ondoorzichtigheid van de financiering ervan, serieuze overweging verdient.
